Compositionwork gebruikt natuurlijke symbolen als bron voor zelf-inzicht en groei

In Compositionwork drukken we onze innerlijke wereld uit in de symbolische vorm van een landschap, opgebouwd uit zand en stenen. Ervaringselementen die niet direct toegankelijk zijn kunnen zichtbaar worden door het gebruik van een symbool (Tillich, 1960). Gebruikmaking van natuurlijke symbolen vergemakkelijkt het verkrijgen van toegang en inzicht in gebieden die anders verborgen zouden blijven. Gebruik van zand en stenen maakt het mogelijk om tot dusverre verborgen (onbewuste) aspecten van bewustzijnsinhouden tot uitdrukking te brengen en zo tot nieuwe inzichten en verandering te komen.

“ A form has inner meaning: form is the outward expression of this inner meaning” Kandinsky

Ons werk en dat van anderen (bijv. Harris, 2012) laat zien dat het gebruik van natuurlijke symbolen de toegang tot diepere gedachten en gevoelens mogelijk maakt. Het voelen van de stenen en de symbolische werking van het zand (grond, diepte, verborgenheid) bevorderen het proces van innerlijke verdieping.

pic2
Stenen zijn door de eeuwen heen universele symbolen voor de geest geweest (Jaffe). Door hun abstracte kwaliteiten kunnen stenen gevoels- en sensorische ervaringen van het zelf weergeven die niet al conceptueel ‘gefilterd’ zijn. De taal van stenen is de taal van sensorische ervaringen zoals kleur, vorm en textuur en daarmee is het de taal van de rechter hersenhelft, de bron van diepe affectieve kennis. De functie van het gebruik van stenen is om een brug te slaan tussen de onbewuste lagen van de psyche en het bewustzijn (Jung). Op deze wijze bevorderen ze het onderzoek van het zelf en maken ze het mogelijk om aspecten te zien die niet via woorden toegankelijk zijn. Het op gang brengen van de dialoog tussen bewuste en onbewuste elementen werkt integratief en helend (Hermans, in druk).

“The more abstract a form is, the more direct is its appeal” Kandinsky

Het gebruik van zand in Compositionwork vergemakkelijkt de toegang tot diepere gevoelens en de vormloze dimensie van het bewustzijn als zodanig. De ‘zanderige ruimtes’ tussen de stenen maken het mogelijk om de relatie (ruimte, afstand) tussen de (vorm-)elementen van de ervaring tot uitdrukking te brengen en te ondergaan. Deze ruimte wordt in het Japans “Ma” genoemd (Morioka, 2009). Ze kan ook dienen als een deur naar de andere dimensie van het zelf: de bewustzijnsachtergrond waartegen alle vormaspecten, zoals posities met hun kwaliteiten (gevoelens, opvattingen etc.), verschijnen. De symboliek van de ruimte maakt het mogelijk om je met de transcendente dimensie van het zelf te verbinden. Ervaringen met deze dimensie kunnen tot vergaande verandering van het zelf leiden, bijvoorbeeld van door de cultuur bepaalde identificatie met rollen, posities and emoties naar een authentiek(er) zelf dat (meer) gebaseerd is op persoonlijke ervaringen, waarden en overtuigingen (Konopka, 2012, Hayward, 1999). Het werken met zand en stenen ondersteunt ook een mogelijke beweging naar het transpersoonlijke niveau.

Externalisering is een krachtige manier om inzicht te bevorderen en innerlijke vrijheid te vergroten

Door persoonlijke ervaringen te externaliseren (‘naar buiten te brengen’) in de vorm van een symbolisch landschap ontstaat een compositie die ‘terugpraat’ naar zijn schepper. In Compositionwork externaliseer je je innerlijke “landschap van de geest” teneinde het te exploreren en verder te ontwikkelen. Persoonlijke ervaring wordt gerepresenteerd in een concrete vorm. Door dit te doen wordt het gemakkelijker je te verhouden tot wat er in je omgaat. Zoals een plaatje meer zegt dan vele woorden, kan een landschap gevoelens, emoties en spanningen tot uitdrukking brengen die tot nu toe niet geverbaliseerd werden (Harris, 2012). Op deze wijze ‘praat het landschap terug’ in de non-verbale taal van ruimtes, kleuren en vormen. Deze kunnen belangrijke informatie geven over gevoelens en andere aspecten van het zelf en hun onderlinge verhoudingen.

“ A form has inner meaning: form is the outward expression of this inner meaning” Kandinsky

Externalisering maakt het mogelijk om vanuit een meta-positie naar de (symbolische representatie) van je zelf te kijken, hetgeen een breder perspectief biedt. Door tegelijkertijd en in een oogopslag de variëteit van posities en emoties te bezien wordt het mogelijk (en makkelijker) om relaties en patronen te ontdekken die je via verbale weg niet zou hebben kunnen onderscheiden. Een compositie laat zien hoe de verschillende elementen van je zelf samenhangen. Emoties en posities die je ervaart kunnen alleen ten volle worden begrepen in de bredere context van de andere aspecten van het zelf en niet als een geisoleerd element. De compositiemethode biedt zo’n context door relevante andere elementen te (kunnen) laten zien. Een compositie laat niet alleen in een oogopslag al die verschillende elementen zien, tegelijkertijd kan dit een scala aan emoties en gedachten daarover losmaken. Je ziet wat er “in je” gebeurt: de compositie “praat onmiddellijk terug”. Vergeleken met het (op lineaire wijze) “erover praten” vergemakkelijkt dit het zelf- onderzoek aanzienlijk.
Externalisering schept tevens ‘afstand’ tot een positie of emotie. Deze afstand vergroot je ‘vrije ruimte’ en ondersteunt de handelingsvrijheid naar problematische aspecten van het zelf. Je kunt zien dat je niet samenvalt met je woede of professionele rol, maar dat je je vanuit verschillende perspectieven (andere posities) ertoe kunt verhouden en keuzes kunt maken in hoe je ermee om wilt gaan. Dit bevordert het nemen van juiste beslissingen.

Het verder in kaart brengen van aspecten van het zelf, energieën and emoties helpt je je innerlijke rijkdom en potentieel ontdekken.

Verborgen aspecten en emoties opzoeken en integreren kan verandering, energie en nieuwe motivatie brengen. Dit gaat makkelijker door deze te symboliseren en te externaliseren. Een gedifferentieerd beeld, zoals een compositie dat biedt, laat zien wat energie geeft en kost, welke posities domineren en onderdrukt zijn, wat centraal staat en wat ‘terzijde’, wat dicht bij je kern zit en wat er ver van af staat, opgelegd worden door anderen of door een culturele omgeving die het vereist etc. Door verdrongen of ontoegankelijke delen van het zelf te integreren wordt je meer compleet en authentiek. Dit kan nieuwe bronnen van energie opleveren. Ertegen vechten kost energie. Wat we bevechten in ons zelf, vecht terug. Het is een innerlijke oorlog. Als we kunnen toelaten wat we bestrijden in onszelf scheppen we een nieuwe en meer complete relatie met ons zelf.

Compositionwork maakt gebruik van de transformatieve aspecten van abstracte kunst en schept condities om de artisticiteit van wie je bent te ontdekken.

Kunst nodigt uit tot expressie van de totaliteit van het zelf. Deze totaliteit, die het positieve en het negatieve omvat???????????????????????????????, maakt de artisticiteit van wie je bent zichtbaar (hoorbaar, voelbaar, proefbaar etc). Compositionwork, als ‘abstract expressionisme’, maakt uitdrukking van het zelf in een artistieke vorm mogelijk, die naar de ‘echtheid’ van de ervaring verwijst en niet naar hoe je ‘zou moeten zijn’. De artistieke benadering laat ‘de perfectie van de imperfectie’ zien, zodanig dat de “imperfectie” bijdraagt aan de authenticiteit en totaliteit van wie je bent. Het viert en stimuleert het authentieke: het zelf die je werkelijk bent. “There is no must in art, because art is free” (Kandinsky). In het maken van een compositie kun je een vrije ruimte scheppen waarin je de werkelijkheid van je innerlijke wereld tot uitdrukking brengt. Aldus biedt Compositionwork ruimte en condities voor creatief experimenteren met je ongekende potentieel en kun je posities ontdekken die bronnen van inspiratie en nieuwe energie worden (promoter positions; Hermans, 2000).

Compositionwork gebruikt het potentieel van beide hersenhelften, hetgeen leerprocessen optimaal ondersteunt

Het leerproces in Compositionwork vindt plaats in een dialoog tussen directe ervaring en reflectie. Of, in andere woorden, in een dialoog tussen tussen hart en hoofd. In onze Westerse kultuur is sprake van een dominantie van de functies van de linker hersenhelft, zoals de rede, cognities and rationaliteit (Schore, 2012). Dit zien we ook terug in psychologische praktijken en het onderwijs. De functies van de rechter hersenhelft, zoals creativiteit, esthetische ervaring, empathie en emotionele processen, functies die meer gerelateerd zijn aan de directe ervaring, worden al snel ingeperkt als gevolg van deze onbalans. Volgens Greenberg (2002) is integratie van deze twee dimensies van het zelf (hart en hoofd) optimaal voor leren en ontwikkeling en direct verbonden met het samengaan van de functies van beide hersenhelften: ervaringsgericht, non-verbaal en affectief enerzijds en verbaal/cognitief anderzijds. Genoemde onbalans en het belang van het samengaan van hart en hoofd in aanmerking nemende hebben we in Compositionwork nadrukkelijk mogelijkheden geschapen om ook ervaringen van de affectieve dimensie tot uitdrukking te brengen door de ‘non-verbale taal’ van kleuren, texturen, vormen en ruimten te benutten via het gebruik van stenen en zand. Door vervolgens de elementen in een compositie te benoemen (verbaliseren), ze een stem te geven en erover te reflecteren verbinden we de activiteit van de linker hersenhelft aan die van de rechter. Dit samengaan, deze ‘samen-werking’ van de hersenhelften en hun respectievelijke inputs en impact op het zelf, bevordert de integratie en de ontwikkeling ervan (Hermans, 2015 in voorbereiding).

Corresponderend met de verschillende kwaliteiten van de linker en rechter hersenhelft gebruiken we verschillende methoden om composities te maken: procesgericht en structuurgericht.

De procesgerichte benadering richt zich op de directe ‘hier en nu’ ervaring. De structuurgerichte benadering gaat uit van een reflectie over posities en hun werkingspatronen over een langer tijdsperspectief.
• Door je te verbinden met de directe lichamelijke nu-ervaring bevordert de procesgerichte benadering het waarnemen van gevoelens en een versterking van het innerlijk kompas. Compositionwork kan niet alleen inzicht en begrip opleveren, maar ook de verbinding met de directe ervaring versterken. We kunnen ons authentieke pad niet gaan als we geen sterk innerlijk kompas zouden hebben: een innerlijk evaluatie centrum dat ons doet voelen hoe het met ons gesteld is en wat we werkelijk ergens van vinden. Mensen die geen verbinding hebben met hun eigen innerlijke gevoelens (‘embodied emotions’) kunnen gemakkelijk gedomineerd worden door de mening van anderen, culturele vereisten en allerlei “moeten” and “behoren”. Daardoor kunnen ze geen eigen keuzes maken. Door een sterke verbinding met de eigen gevoelens te ontwikkelen wordt het innerlijk kompas versterkt en daarmee de authenticiteit van het zelf. De procesgerichte benadering omzeilt alle preconcepties en vigerende opvattingen en vertrekt vanuit een ‘niet-weten’ in het hier en nu (“nowing mind”). Het gaat daarmee een onmiddellijke verbinding aan.
• De structuurgerichte benadering biedt een overzicht over een breed spectrum van bestaande elementen (bekende posities, personen, gevoelens: “knowing mind”), die een belangrijke rol spelen in iemands leven. Dit maakt het mogelijk om hierin patronen te onderkennen die ontstaan zijn over een langere tijd en deze verder te onderzoeken.

De methode is gebaseerd op een stevige wetenschappelijke ondergrond

Compositionwork gaat uit van een integrale opvatting van het zelf. Deze vormt de grondslag voor de interventies en stuurt en de verander- en ontwikkelmechanismen. Ons model van het zelf verbindt de Westerse psychologische theorie met de wijsheid van wereldwijde spirituele tradities. Dit maakt een coherente en integratieve ‘psycho-spirituele’ aanpak mogelijk. Om de dynamiek van de vele kanten van het zelf en emoties te begrijpen maken we gebruik van de systematische kennis die ontwikkeld is in de theorie van het Dialogische Zelf. Deze vormt de kennisbasis die onze interventies stuurt (zie: The Dialogical Self; Hermans & Hermans-Konopka, 2010 Cambridge University Press). Omdat dit een psychologische theorie is, is deze hoofdzakelijk gericht op de vormaspecten van het zelf (zoals Ik-posities) en blijft de (‘vormloze’) dimensie van het bewustzijn buiten beschouwing. Om deze toch te verbinden hebben we de wijsheid van spirituele inzichten toegevoegd, zoals die in de vele mystieke en religieuze zienswijzen te vinden zijn (Konopka, 2012; Konopka & van Beers, 2014). In compositionwork zien we deze invalshoek sowieso al terug in het gebruik van stenen en zand, hetgeen geïnspireerd is door de traditie van Japanse Zen Tuinen, waar de stenen de wereld van de (vergankelijke) vormen voorstelt en het zand de vormloze dimensie van het eeuwige) bewustzijn. Mystieke tradities en hun aanverwante praktijken verwijzen naar de mogelijkheid om de wereld van veelheid en vormen te overstijgen en de ruimte van het tijdloze bewustzijn te betreden. Dit wordt (daar) vaak als het ultieme doel van alle persoonlijke ontwikkeling gezien. Niettemin, de dimensie waarop we in de coaching met onze cliënten aansluiten laten we altijd afhangen van hun belangen en behoeften.